Hoofdluis protocol

Hoofdluis Protocol

Hoofdluis is vooral een probleem voor de omgeving vanwege het besmettingsrisico. Met name op scholen, waar veel mensen/kinderen bij elkaar komen kan deze besmetting gemakkelijk van de één naar de ander worden overgebracht.

Om een hoofdluisepidemie te voorkomen heeft OBS Kortland afspraken gemaakt met de luizencoördinator, het luizenteam, de ouders en de leerkrachten.

 

Het stappenplan vanuit school:

Er wordt (het liefst per locatie) een coördinator aangesteld om het luizenteam aan te sturen. De coördinator is aanspreekpunt voor de ouders en zorgt ervoor dat het protocol nageleefd wordt.

Jaarlijks werft de school ouders voor het luizenteam. Streven is om uit iedere klas minstens 1 ouder voor het luizenteam te vinden.

Na de zomer-, herfst-, kerst-, voorjaars- en meivakantie vindt er in alle groepen een controle plaats. Zo nodig wordt er na twee weken opnieuw gecontroleerd.

Ouders worden bij inschrijving van hun kind geïnformeerd over de controles op school.

Alle leerlingen worden gecontroleerd. Er worden geen uitzonderingen gemaakt. Voor leerlingen met een hoofddoek wordt een afgeschermde ruimte gezocht.

Mochten er bij een leerling neten of luizen gevonden worden, dan krijgen de leerlingen van deze klas allemaal een brief mee naar huis om de ouders erop te attenderen dat er hoofdluis heerst en welke stappen er ondernomen (moeten) worden.

Als er tussentijds door ouders melding wordt gemaakt van hoofdluis aan een leerkracht of bij de administratie dan zal de coördinator hiervan op de hoogte gebracht worden.De coördinator kan in overleg met het luizenteam besluiten een extra controle te houden en/of brieven mee te geven.

Mocht er behoefte zijn aan extra informatie aan ouders of leerlingen dan kan de leerkracht, als dit nodig is, contact opnemen met de coördinator.

 

Het stappenplan luizencoördinator:

Vraag aan het begin van het schooljaar welke ouders (weer) willen helpen bij het pluizen. Informeer eventueel bij je voorganger voor contactgegevens.

Werf zo nodig via de leerkrachten en de nieuwsbrief nieuwe ouders.

Stel de data voor de controles vast en geef deze door aan de leden van het luizenteam. Gebruikelijk is de 1e maandag na elke vakantie, m.u.v. de zomervakantie (2e maandag).

Vraag aan de administratie om aftekenlijsten van alle groepen te printen. Als de lijsten vroegtijdig vol zijn, of er zijn veel nieuwe leerlingen bijgekomen dan kan hier gedurende het schooljaar nogmaals om gevraagd worden.

Controleer de voorraad satéprikkers en koop eventueel nieuwe. (Bonnetje kan ingeleverd worden bij de directie)

Stuur de ouders van het luizenteam een herinnering als er een controle aan komt.

Zorg dat ’s ochtends de aftekenlijsten, pennen en satéprikkers klaarliggen.

Verdeel de groepen en controleer of iedereen weet wat ze moeten doen. Mochten er nieuwe ouders bij het luizenteam gekomen zijn geef deze dan een uitgebreide instructie. Laat afbeeldingen zien en doe het pluizen voor.

Koppel na iedere controle terug of er door leden van het luizenteam neten en/of luizen gevonden zijn. Vraag ook of de leerkrachten al op de hoogte zijn gebracht.

Kopieer de verschillende brieven (hoofdluis kind / hoofdluis in de klas, zie bijlage) om met de leerlingen mee naar huis te geven. Vouw ze dubbel en zet op elke brief een naam. Geef het stapeltje aan de leerkracht.

Plan een nacontrole (na 2 weken) en vraag welke ouders uit het luizenteam kunnen helpen.

Neem contact op met de IB-er als er bij een leerling sprake is van langdurige besmetting.

Controleer tussentijds of er nog genoeg satéprikkers zijn en of er nog ruimte is op de aftekenlijsten.

Draag de informatie uit dit protocol door aan een opvolger en laat zien waar de spullen liggen.

 

Het stappenplan luizenpluizen:

Een lid van het luizenteam meldt zich bij de leerkracht en vraagt of er een groepje kinderen naar de gang gestuurd kan worden voor luizencontrole.

Per kind wordt er een satéprikker gebruikt.

Met de achterkant van de satéprikker maak je een scheiding zodat er goed zicht op de hoofdhuid is. Dit herhaal je diverse malen over het gehele, met haar bedekte hoofd, vooral op de “warme plaatsen”; achter het oor, in de nek of bij meisjes; op de plek van het elastiek bij een staart.

Als er geen luizen of neten worden gezien kan de leerling terug naar de klas. Als er wel iets gevonden wordt bij een kind dan mag je dit, afhankelijk van de situatie en/of leeftijd, wel aan het kind vertellen. Er normaal over doen werkt beter dan geheimzinnig doen.

Zet op de aftekenlijst een X (schoon), N (neten) of L (luizen) bij de naam van de leerling.

Vraag bij twijfel of een ander lid van het team wil meekijken.

Was tussendoor je handen of doe nieuwe handschoenen aan als je luizen en/of neten hebt ontdekt bij een kind.

Wees discreet: het kind zelf mag het weten en ook de leerkracht. Voor de rest gaat de informatie via het meegeven van brieven.

Mocht er een kind op de dag van de controle niet aanwezig zijn zet dan een A achter zijn/haar naam.

Als er geen neten of luizen worden ontdekt in een klas dan kun je de leerkracht informeren dat de klas schoon is.

Ontdek je bij één of meerdere kinderen luizen, breng hier de coördinator dan van op de hoogte. Deze zal in overleg met de leerkracht de situatie beoordelen en zorgt voor het meegeven van de brieven.

BIJLAGE

Klik hier voor de ouderbrief.