Daltononderwijs, O.B.S. Kortland daltonlocatie Centrum
Adres van de Daltonlocatie: Jozef Israëlsstraat 2, 2922CH, Krimpen aan den IJssel.
De historie van het Daltononderwijs:
De wortel van het Daltononderwijs ligt in 1905 op een school in Wisconsin in de Verenigde Staten. De jonge, net afgestudeerde onderwijzeres Helen Parkhurst wordt aangesteld om als enige leerkracht de 40 kinderen van 6 tot en met l2 jaar op dit eenmansschooltje les te geven. De pas begonnen docente kiest voor een onderwijsvorm afgestemd op het individu in plaats van het frontale klassikale onderwijs, zoals dat toen gebruikelijk was en nu nog is. De drie principes van Helen's onderwijsvorm zijn eenvoudig:
•Verantwoordelijkheid of vrijheid in gebondenheid
•Zelfstandigheid
•Samenwerking.
Helen Parkhurst vindt het belangrijk dat kinderen actief betrokken worden bij hun eigen leerproces en dat van anderen. Door de kinderen op school waardevolle ervaringen te laten opdoen kunnen ze worden voorbereid op de samenleving. Bij dat proces 'leren voor het leven' is het belangrijk dat ieder kind in zijn waarde wordt gelaten en dat het zijn karakter en eigenschappen zelf kan ontwikkelen.
In het Daltononderwijs worden kinderen van jongs af gewezen op hun verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en onderlinge samenwerking. Deze principes worden begrensd door de verantwoordelijkheid van het kind tegenover zichzelf en anderen. Door de verantwoordelijkheid tot handelen, het zelf bezig zijn en zelf ontdekken behoudt het kind leerplezier. De docent kan aansluiten bij de capaciteiten van het kind.
De algemene uitgangspunten:
Op locatie Centrum wordt Daltononderwijs gegeven, omdat de leerkrachten en de schoolleiding een maatschappijvisie hebben, op hoe je als (volwassen )mens in die maatschappij zou moeten staan en functioneren.
Die visie is terug te vinden in de algemene uitgangspunten van het Daltononderwijs, zoals bovenstaand geformuleerd.
Met deze uitgangspunten menen wij de kinderen een duidelijke meerwaarde te verschaffen, waardoor ze met een goed gevulde gereedschapskist de wereld in trekken.
Een wereld waarin vervolgonderwijs een rol heeft, niet alleen het traditionele huiswerk maken, maar ook de grotere verantwoordelijkheid voor studieopdrachten.
Verantwoordelijkheid of vrijheid in gebondenheid:
Één van de kenmerken van een Daltonschool is het verantwoordelijkheidsprincipe. Voor het kind is het leren hanteren ervan een proces dat langzaam verloopt. Onze school zal in een geleidelijk proces het kind vertrouwd moeten maken met dat principe en daaraan inhoud moeten geven. De spelende kleuter en de 12-jarige zullen ieder op hun eigen manier in verschillende mate die verantwoordelijkheid ervaren. Zij hebben ruimte nodig om zich te kunnen ontplooien. Dit alles binnen bepaalde grenzen en afspraken. Alle kinderen zullen in dit proces naar verantwoordelijkheid op een individuele manier worden begeleid. Het principe verantwoordelijkheid krijgt zo voor het kind inhoud en zal uitgroeien tot een verantwoordelijkheidsgevoel voor het eigen functioneren.
Zelfstandigheid:
Op een Daltonschool ligt een groot accent op de zelfstandigheid. Zelfstandigheid houdt in zelfwerkzaamheid, het eerst zelf naar oplossingen proberen te zoeken, al dan niet met behulp van hulpbronnen of hulp van een leerkracht of andere leerlingen. Kinderen willen graag actief, zelfontdekkend bezig zijn. Bij ons op school krijgen de kinderen hiervoor de ruimte.
Na een korte klassikale of individuele instructie door de leerkracht gaan de leerlingen direct aan het werk om de aangeboden stof te verwerken. Hierdoor worden de kinderen direct zelf aan het denken gezet. Dit actief probleemoplossend leren levert betere begripsvorming en denkstructuren op bij de kinderen. Hierdoor wordt de effectieve leertijd beter gebruikt.
Samenwerking:
In de maatschappij is samenwerken, het werken in teamverband, belangrijk. Bij ons opschool krijgen de kinderen de gelegenheid elkaar te helpen bij spel en werk. Dit kan bijvoorbeeld zowel bij het spelen in de bouwhoek in de onderbouw, als bij het maken van een rekenopdracht in de bovenbouw zijn. Het samenwerken geldt voor het werken aan de taken en bij het groepswerk.
Het samenwerken heeft een tweeledig doel: •1)Het vergroten van het leereffect doordat leerlingen elkaar om hulp kunnen vragen bij het oplossen van een probleem.
2)Het bevorderen van de sociale ontwikkeling doordat leerlingen bij het samenwerken rekening dienen te houden met anderen en leren iets voor elkaar over te hebben.
Overal in het leven zal blijken dat een mens ondanks zijn vrijheid en zelfstandigheid niet zonder zijn medemens kan. Een medemens om te steunen en om steun van te krijgen. Een medemens kan ook de grens van de persoonlijke vrijheid mede bepalen.
De grens van de individuele vrijheid wordt altijd gevormd door de vrijheid van een ander. Daarom is het kunnen samenwerken een belangrijke vaardigheid voor het goed kunnen functioneren als mens.
De voordelen van Daltononderwijs:
De kinderen krijgen ruimte om in eigen tempo te werken.
De kinderen kunnen, indien ze dit wensen, meer/minder tijd besteden aan vakken waarin ze minder goed zijn en minder/meer tijd aan vakken waarin ze goed zijn.
Kinderen leren plannen en hun werk in te delen, wat in het voortgezet onderwijs goed van pas komt.
Kinderen leren samenwerken, waardoor er meer respect voor elkaar ontstaat en er rekening met elkaar wordt gehouden.
Kinderen leren waar mogelijk verantwoordelijk te zijn voor hun werk en materiaal en omgeving.
Door de actieve houding van de kinderen t.o.v. hun leerproces is het rendement uiteindelijk hoger.
Ons Daltononderwijs:
Daltononderwijs is een onderwijsvorm waarbij niet de inhoud van de leerstof veranderd (aantal vakken en hoeveelheid leerstof blijven hetzelfde), maar de wijze waarop de leerstof wordt aangeboden. Naast het bijbrengen van kennis en vaardigheden komen ook zaken als opvoeding, begeleiding naar volwassenheid en voorbereiding op de maatschappij duidelijker aan de orde. Zeer belangrijke hulpmiddelen om dit alles te bereiken zijn de taak, zelfstandig werken, uitgestelde aandacht, de dagkleuren en de planning
De taak:
De taak is een belangrijk middel om de drie principes van het Daltononderwijs te bereiken. De aan te bieden leerstof wordt verdeeld in taken. Dit kunnen zowel dagtaken als weektaken zijn; afhankelijk van de leerstof en de groep.
Iedere taak is opgebouwd uit een kern- en keuzetaak. De kerntaak bestaat uit de basisstof die beslist verwerkt moet zijn. De keuzetaak biedt de mogelijkheid tot verdieping of om leerlingen extra aandacht te laten besteden aan onderwerpen die zijn of haar interesse hebben. Iedere taak wordt door de leerkracht zelf samengesteld. Zowel bij de kern- als de keuzetaak kan er sprake zijn van differentiatie. Op de taakbrief staan de kern- en keuzetaken voor de vastgestelde periode (dag, week) vermeld. Een gemaakt/beheerst onderdeel wordt door de kinderen afgetekend of afgekleurd met de dagkleur, waardoor de leerkracht een snel en duidelijk overzicht heeft van de vorderingen van alle leerlingen in de groep. Op dit moment zijn wij bezig om de keuzetaak te ontwikkelen. Hier wordt de komende weken door de leerkrachten intensief aan gewerkt en zal in de loop van het schooljaar steeds meer op de dag/weektaak voorkomen
Dagtaak van …………………………..GroepDatum
planningafopmerkingeninstructie
maandag
Zo heb ik gewerkt:
Huishoudelijke taak:
In iedere groep heeft men een huishoudelijk takenbord, waarop de taken vermeldt staan.
Hethuishoudelijk takenbord van de groepen 1 t/m 4 ismagnetisch. Het huishoudelijk takenbord van de groepen 5 t/m 8 is een vel a3 papier.
De gedachte achter dit takenbord is de leerlingen medeverantwoordelijk maken voor hunleef, werk- en leeromgeving.
Bovendien worden veel taken door kinderen samen gedaan, waardoor er weer sprake isvan werkoverleg.
Taken kunnen bijvoorbeeld zijn:
Drinken uitdelen
Tassen uitdelen
Planten water geven
Aanrechtje schoonhouden
Kwasten uitspoelen
Kasten netjes houden
Hoeken controleren
Gang controleren
Vissen voeren
Vloer vegen
Zelfstandig werken:
Gedurende de dag wordt er zelfstandig gewerkt. Dit betekent dat de kinderen
de opdrachten zonder instructie kunnen maken. Gedurende de dag zijn echter wel instructiemomenten ingebouwd en ook zijn er vaste tijdstippen voor de gezamenlijke activiteiten ingepland.
De instructies kunnen gelden voor alle kinderen, maar het kan ook zijn dat met bepaalde kinderen is afgesproken dat zij de instructie facultatief kunnen volgen.
Bovendien zijn er situaties te noemen waarbij het nodig is meer begeleiding te geven aan de kinderen, daar schriftelijke instructies in de methoden niet altijd duidelijk genoeg zijn voor kinderen die het zelfstandig interpreteren van een opdracht nog niet voldoende onder de knie hebben.
Uitgestelde aandacht:
In iedere groep wordt met uitgestelde aandacht gewerkt.
Afspraken over het gebruik van het stoplicht:
Deze waren natuurlijk al vastgesteld, maar om één duidelijke, doorgaande lijn hierin te krijgen hebben we het volgende afgesproken:
Rood : Groep 1/2 : je mag de leerkracht niet storen
Groepen 3 t/m 8 : je mag niemand storen
Oranje:Groep 1/2 : heeft geen oranje
Groepen 3 t/m 8 : deleerkracht niet storen, je mag wel overleggen metandere leerlingen
Groen:Groepen 1 t/m 8:je mag met iedereen overleggen, zowel met de leerkracht alsmet de leerlingen .
Het werken met uitgestelde aandacht is een geïntegreerd gegeven, en de leerlingen zijn gewend om op het stoplicht te letten en om daar naar te handelen.
Bovendien wordt er gewerkt met dobbelstenen met daarop ook de kleuren rood en groen ,maar ook nog een vraagteken Als het stoplicht op rood of oranje staat , en de leerlingen met een onderdeel niet verder kunnen , leggen zij de dobbelsteen zo neer dat het vraagteken boven ligt.. Op het moment dat het stoplicht op groen komt te staan, loopt de leerkracht langs de groepjes en helpt de leerlingen die de dobbelsteen ophet vraagteken hebben liggen.
Verder loopt de leerkracht door de klas(en eventuele andere ruimten) op het moment dat er geen andere bezigheden zijn, om contact te houden met de leerlingen.
Door het lopen van de rondjes wordt filevorming aan de tafel van de leerkracht voorkomen. Bovendien kan de leerkracht op deze wijze inschatten of een tussentijdse leerstof- of procesevaluatie nodig is.
Dagkleuren:
De dagkleuren worden gebruikt als communicatiemiddel. Omdat iedere dag in de week een eigen kleur heeft, kan die kleurcode op verschillende manieren worden toegepast in de organisatie van de groep.
Vanaf groep 3 worden de dagkleuren naast het takenbord ook gebruikt als registratiemiddel op de takenkaart. In de onderbouw wordt de kleurenmagneet als registratiemiddel gebruikt en daarna vooral het kleurpotlood.
De dagkleuren liggen vast. Deze kleuren structureren de week voor de kinderen, wat hen helpt om een planning te kunnen(leren)maken.
In iedere groep van de school wordt op een duidelijk herkenbare manier aangegeven wat de dagkleuren zijn.
Iedere groep markeert duidelijk de kleur van de dag. Zo kunnen ook de allerkleinsten inzicht krijgen in de dagen van de week.
Vanaf groep 3 wordt op het taakformulier met de dagkleuren gepland en afgetekend.
De dagkleuren worden dus vooral gebruikt bij het administreren van verschillende zaken.
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
Planning:
Al vroeg krijgen de leerlingen te maken met het begrip ‘planning’ .
In groep1 plannen de leerlingen per dag waaraan gewerkt gaat worden
In groep 2 wordt al meteenvoor de volgende daggepland. . De leerling zet zijn pictogram alvast op de taak naar keuze. Zodra het werk gedaan is, komt een kleurenmagneet van de dag hiervoor in de plaats en verhuist het pictogram naar de volgende activiteit.
Ingroep 3 werken de leerlingenop dezelfde manier. Zij krijgen ook al een taak op papier, waarop zij moeten aangeven welk werk zij die dag gedaan hebben en wat zij de volgende keer gaan doen.
In groep 4 krijgen de leerlingen een taakvoor een dagdeel en leren zij al meerdere taken te plannen .
In de groepen 5 en 6 wordt er gewerkt meteen dagtaak. Hierop staan alle taken die erper dag gedaan moeten worden. Bij het plannen van hun dagtaak, makende leerlingengebruik van de cijfers 1,2,3(1: voor de ochtendpauze, 2: na de ochtendpauze, 3: in de middag) . Aftekenen doen ze met de dagkleur.
Vanaf groep 7 gaan de leerlingen geleidelijk over van het plannen van hun dagtaak naar het plannen van hun weektaak.Hierbij houdt de leerkracht nadrukkelijk in de gaten welke leerlingen hier aan toe zijn .